boedelschuld

Een boedelschuld in faillissement (en ook surseance van betaling en de schuldsaneringsregeling) is een schuld die ofwel in het kader van de afwikkeling van het faillissement is gemaakt, ofwel een schuld die volgens de wet of jurisprudentie als zodanig kwalificeert. Zo bepaalt de Faillissementswet dat schulden uit huur en arbeidsovereenkomsten vanaf de dag van faillietverklaring boedelschulden zijn. Ook het salaris van de curator is boedelschuld.

Een boedelschuldeiser kan in principe zonder de afwikkeling van het faillissement af te wachten aanspraak maken op betaling van zijn vordering, maar in de praktijk ziet ment toch dat de betaling van boedelschulden soms lang op zich laat wachten. Dat komt onder meer omdat ook tussen boedelschulden onderling verschillende rangordes bestaan. Zo wordt algemeen aangenomen dat boedelschulden die de curator maakt in het kader van de afwikkeling van het faillissement – zoals bijvoorbeeld de inkoop van goederen na datum faillissement om de voortzetting van de onderneming mogelijk te kunnen – tijdig binnen de gestelde betaaltermijn moeten worden voldaan. Anders gaat de curator immers een schuld aan waarvan moet worden aangenomen dat hij wist of moest weten dat die niet (tijdig) kon worden voldaan. Het salaris van de curator is de boedelschuld die na de bijzondere boedelschulden die door of vanwege de afwikkeling zijn gemaakt als eerste kan worden voldaan. Vervolgens hebben werknemers – en meestal het UWV, omdat die na het faillissement hun loonbetaling overneemt – een preferente boedelschuld (vorderingen uit arbeidsovereenkomst zijn immers preferent).

Pas na betaling van de boedelschulden kan (als er nog geld over is) worden toegekomen aan betaling van de faillissementsschulden. Dat zijn de schulden die reeds op de faillissementsdatum bestonden. De wet is niet steeds duidelijk over de vraag welke schulden boedelschulden zijn.

Synoniemen: toedoen-schulden

Kontaktieren Sie uns

Kontakt